De noordelijke Costa Blanca is een van de meest spectaculaire kuststroken van het hele Middellandse Zeegebied. Waar de zuidkust breed en vlak is, biedt het noorden een dramatisch landschap van hoge kliffen die recht de zee in storten, verborgen baaien met kristalhelder water en charmante kustplaatsen die een heel ander publiek trekken dan de masssatoeristische resorts verderop.
Geografisch omvat de noordelijke Costa Blanca ruwweg het gebied van Denia in het noorden tot Benidorm in het zuiden. Het valt samen met twee comarcas: Marina Alta in het noorden en Marina Baixa in het zuiden. Samen vormen ze een kustlijn van ruim 100 kilometer die voor elk type reiziger iets te bieden heeft, van de jetset in Javea tot de familiepret in Benidorm.
Marina Alta: de verfijnde noordkust
Marina Alta is het deel van de Costa Blanca waar welgestelde Europeanen al decennia hun toevlucht zoeken. De reden is simpel: de combinatie van een spectaculair kustlandschap, een aangenaam klimaat en een ontspannen mediterrane sfeer is moeilijk te evenaren.
Denia is de noordelijkste kuststad van de provincie Alicante en de hoofdstad van Marina Alta. Het is een stad met een dubbel gezicht. De noordkant heeft kilometerlange zandstranden die langzaam de zee in lopen, perfect voor gezinnen. De zuidkant, richting het Montgo-gebergte, biedt rotskusten met kleine baaien en kristalhelder water. Het kasteel boven de stad, de levendige haven waarvan boten naar Ibiza vertrekken en de uitstekende gastronomie (Denia is UNESCO Creative City of Gastronomy) maken het tot een veelzijdige bestemming.
Javea (Xabia) is misschien wel de meest elegante kustplaats van de hele Costa Blanca. Het historische centrum op de heuvel, met zijn gotische kerk en smalle straatjes, ademt de sfeer van een oud vissersdorp. De haven beneden is gezellig en authentiek. Maar het is de Arenal, het zandstrand in het zuiden, en de spectaculaire rotsformaties bij de Cabo de la Nao die Javea tot een topbestemming maken. De Cova Tallada, een door de zee uitgehouwen grot die je al zwemmend bereikt, is een van de meest bijzondere plekken van de hele kust.
Moraira is kleiner en exclusiever. Dit voormalige vissersdorp heeft zich ontwikkeld tot een stijlvolle badplaats met uitstekende restaurants, boetiekhotels en een ontspannen sfeer. Het strand El Portet, een beschutte baai met turquoise water, is een van de mooiste van de hele kust. De wekelijkse markt op vrijdag is een van de gezelligste van de regio.
De hele kust van Marina Alta is een paradijs voor waterliefhebbers. Snorkelen, kajakken, duiken en paddleboarden zijn hier fantastisch door het heldere water en de rotsige kustlijn vol grotten en onderwaterleven. Lees onze regiogids voor Marina Alta voor een compleet overzicht van alle kustplaatsen.
Het Montgo-massief en de Cabo de San Antonio
Het Montgo-gebergte rijst als een slapende reus op tussen Denia en Javea. Met 753 meter hoogte is het een opvallend herkenningspunt dat je van kilometers afstand ziet. Het natuurpark Montgo beschermt een rijk ecosysteem met meer dan 650 plantensoorten, waaronder enkele die nergens anders ter wereld voorkomen.
De beklimming van de Montgo is een van de populairste wandelingen van de Costa Blanca. De route vanaf het bezoekerscentrum aan de kant van Denia is de meest gangbare en duurt ongeveer drie uur naar de top. Het uitzicht is overweldigend: bij helder weer zie je van Ibiza tot de kaap van Cabo de la Nao en het hele kustpanorama van de noordelijke Costa Blanca ligt aan je voeten.
Aan de voet van het Montgo-massief, bij de Cabo de San Antonio, vind je de Cova Tallada. Deze zeegrot, oorspronkelijk een steengroeve uit de Romeinse tijd, is een magische plek waar het turquoise water de uitgehouwen grot binnensijpelt. In de zomer kun je er zwemmend of per kajak naartoe. Let op: in het hoogseizoen heb je een vergunning nodig vanwege de grote populariteit.
Calpe en de Penyal d'Ifac

De Penyal d'Ifac (Penon de Ifach) bij Calpe is het meest iconische beeld van de Costa Blanca. Deze 332 meter hoge kalksteenrots steekt als een vinger de Middellandse Zee in en is zichtbaar van tientallen kilometers afstand. Het is het kleinste natuurpark van Spanje maar een van de meest bezochte.
De beklimming van de Penyal d'Ifac is een avontuur op zich. De route begint bij het bezoekerscentrum en gaat via een tunnel door de rots naar de steile noordzijde. Het pad is op sommige punten uitdagend, met kettingen om je aan vast te houden en stukken waar je moet klauteren. Maar de beloning is een uitzicht dat je niet snel vergeet. Reserveer vooraf, want het aantal dagelijkse bezoekers is gelimiteerd.
Calpe zelf is een aangename kuststad met twee prachtige zandstranden aan weerszijden van de Penyal. De oude stad op de heuvel heeft een charmant karakter en de haven is een goede plek voor verse vis. De zoutpannen van Calpe, vlak achter het strand, herbergen flamingo's en andere watervogels.
Guadalest en het bergachtige achterland

De noordelijke Costa Blanca is niet alleen kust. Het achterland, met zijn spectaculaire bergdorpen en valleien, biedt een welkome afwisseling van het strandleven en is minstens zo indrukwekkend.
Guadalest is het beroemdste bergdorp van de hele provincie Alicante. Je bereikt het dorpje via een smalle doorgang in de rots, en plotseling sta je in een middeleeuws dorpje met een kasteelruine op een onmogelijk steile rots en een turquoise stuwmeer beneden. Het is een van de meest gefotografeerde plekken van Spanje, en terecht. Ondanks de drukte in het hoogseizoen is het absoluut een bezoek waard.
Het Vall de Guadalest en het achterliggende berggebied bieden uitstekende wandelmogelijkheden. De Fonts de l'Algar, natuurlijke watervallen bij Callosa d'en Sarria, zijn een heerlijke bestemming op warme dagen. Het water is fris maar verfrissend, en de omgeving met zijn weelderige vegetatie voelt bijna tropisch aan.
Andere bergdorpen die de moeite waard zijn: Altea met zijn witte huizen en blauwe koepelkerk, Polop met zijn fonteinenplein, en Finestrat met zijn oude centrum aan de voet van de Puig Campana, een van de meest imposante bergen van de provincie. De combinatie van een ochtend op het strand en een middag in de bergen is een van de grote pluspunten van de noordelijke Costa Blanca.
Benidorm: van vissersdorp tot wolkenkrabberstad
Benidorm vormt het zuidelijke uiteinde van de noordelijke Costa Blanca en is een wereld apart. De skyline van wolkenkrabbers langs twee enorme zandstranden is het eerste wat je ziet en het beeld dat de meeste mensen van de Costa Blanca hebben. Maar Benidorm is meer dan het cliche.
De twee hoofdstranden, Playa de Levante en Playa de Poniente, behoren tot de beste stadsstranden van Europa. Fijn zand, kalm water, uitstekende voorzieningen en strandwachten het hele jaar door. Het oude centrum, de Casco Antiguo op de punt tussen beide stranden, verrast met smalle straatjes, tapasbarretjes en het spectaculaire Balcon del Mediterraneo uitkijkpunt.
Benidorm is ook het pretparkcentrum van de Costa Blanca. Terra Mitica, Aqualandia en Mundomar liggen alle binnen een straal van vijf kilometer. Voor gezinnen is het een paradijs. Maar ook voor volwassenen heeft Benidorm veel te bieden: een bruisend nachtleven, een breed scala aan internationale restaurants en een cultuurscene die verrassend rijk is voor een badplaats.
De ligging van Benidorm is wat de stad echt bijzonder maakt. De Sierra Helada, een bergketen die zich achter de stad verheft, biedt wandelroutes met uitzichten over de skyline en de zee. De Serra Gelada is een natuurpark met kliffen van meer dan 300 meter hoog en uitzicht op het eiland Illa Mitjana. Het contrast tussen de verticale stad en de wilde natuur eromheen is uniek.
Praktische tips voor de noordelijke Costa Blanca
De noordelijke Costa Blanca bereik je via de luchthaven van Alicante-Elche, die op 50 tot 90 minuten rijden van de meeste bestemmingen in de regio ligt. De AP-7 snelweg loopt langs de hele kust en is tolvrij. Vanuit Valencia is de noordelijke Costa Blanca ook goed bereikbaar.
Accommodatie varieert enorm. In Javea en Moraira vind je luxe villa's en boetiekhotels. In Denia en Calpe is het aanbod breder met alles van appartementen tot charmante hotels in het oude centrum. Benidorm biedt de laagste prijzen per nacht dankzij het enorme aanbod. Boek in het hoogseizoen (juli-augustus) ruim van tevoren, vooral voor de populairdere bestemmingen.
De beste tijd om de noordelijke Costa Blanca te bezoeken hangt af van je interesses. Voor strandvakantie is juni-september ideaal. Voor wandelen en sightseeing zijn het voorjaar (maart-mei) en de herfst (oktober-november) perfect. Het water is in de lente nog fris maar het landschap is op zijn mooist. Zelfs in de winter zijn er veel zonuren en kun je genieten van de kust zonder de zomerdrukte.
Een auto is aan te raden om het meeste uit de regio te halen. De combinatie van kustplaatsen en bergdorpen maakt dat je met een auto veel meer kunt zien en beleven. Het openbaar vervoer dekt de grote plaatsen langs de kust goed, maar de bergdorpen zijn lastiger bereikbaar zonder eigen vervoer.
De noordelijke Costa Blanca is een bestemming die voor iedereen iets biedt. Of je nu op zoek bent naar een stijlvolle strandddag in Javea, een avontuurlijke klim op de Penyal d'Ifac, een cultureel uitje in Denia of een bruisende vakantie in Benidorm: dit stuk kust van de Middellandse Zee teleurstelt zelden. De spectaculaire natuur, het aangename klimaat en de mediterrane levensstijl vormen samen een combinatie die je begrijpt waarom miljoenen mensen elk jaar terugkeren naar deze bijzondere kust.
Veelgestelde Vragen
De noordelijke Costa Blanca (Denia tot Benidorm) heeft een meer bergachtige kustlijn met kliffen, rotsige baaien en verborgen stranden. Het trekt een doorgaans welgestelder publiek. De zuidelijke Costa Blanca (Alicante tot Pilar de la Horadada) heeft bredere zandstranden, zoutmeren en een vlakker landschap met meer betaalbaar toerisme.
Dat is natuurlijk een kwestie van smaak. Javea wordt vaak als de mooiste beschouwd vanwege de spectaculaire rotsformaties en het kristalheldere water. Moraira is het meest exclusief en rustig. Denia biedt de meeste variatie en Calpe heeft met de Penyal d'Ifac het meest iconische uitzicht.
De beklimming is matig tot zwaar. Het eerste deel tot de tunnel is relatief eenvoudig. Na de tunnel wordt het steiler en moet je op sommige punten klauteren met behulp van kettingen. Goede wandelschoenen en hoogtevrijheid zijn noodzakelijk. Reserveer vooraf je tijdslot online.
Voor strandvakantie is juni tot september ideaal. Voor wandelen en sightseeing zijn maart tot mei en oktober tot november de mooiste maanden. Het water is van juni tot oktober warm genoeg om te zwemmen. Zelfs in de winter is het aangenaam met veel zon.